Na haar drukke promotieonderzoek wilde Yolanda tijd vrijmaken voor haar twee passies: sport en fotografie. Via haar uit de hand gegroeide hobby als aerobicsinstructrice rolde ze in de streetdance en turnwereld. Yolanda wacht niet af wat er op haar pad komt, maar jaagt actief haar dromen na. Zo benaderde zij de Kon. Ned. Gymnastiek Unie, omdat zij graag het NK Turnen wilde fotograferen.
“Dat gaat natuurlijk niet zomaar. Ik heb foto’s ingestuurd en in ruil mijn foto’s beloofd voor b.v. hun nieuwsbrief. Zo kreeg ik mijn eerste persaccreditatie. Vanuit de zaal kun je natuurlijk foto’s maken en dat is heel leuk, maar als je op ooghoogte staat met de sporters is dat fantastisch.”
Bij sportfotografie komt veel kijken. Ten eerste zijn er gedragsregels. Zoals waar je mag staan en waar niet. Je mag de sporters niet hinderen. Flitsen is uit den boze. Bovendien is het belangrijk dat je de sport leert kennen. Yolanda raadt fotografen aan om bij een voor jou nieuwe sport altijd eerst een keer te kijken zonder camera.
“Zo leer je de sport kennen en kun je rustig bekijken wat mooie posities zijn om fotografisch je slag te slaan. Het is goed om de spelregels te kennen, zodat je begrijpt wat er gebeurt in het veld. Ook wanneer je je goed hebt voorbereid, gaat het nog wel eens mis. Zo had ik tijdens een basketbalwedstrijd een prachtige plek veroverd van waaruit ik een mooi overzicht had, maar tijdens de wedstrijd liepen continu de scheidsrechters voor mijn neus. Die onverwachte omstandigheden zorgen voor een extra creatieve uitdaging. Toen heb ik er gebruik van gemaakt door b.v. tussen hun benen door te fotograferen, of hen aan de zijkant te zetten als een soort extra coulisse. Naast de creatieve foto’s die ik voor mezelf maak, zorg ik ervoor dat ik ook de beelden maak die de sporters zelf willen zien. Ik kies van tevoren op welk soort foto’s ik me ga richten. Ga ik voor de emotie of de actie, het schakelen vind ik heel lastig.”