Cor werkte gedurende vier jaar aan zijn boek ‘een pacifist aan het front’.
“Als erkend gewetensbezwaarde militaire dienst heb ik een moeilijke relatie met oorlog en geweld. Ik denk dat (oorlogs-)geweld veel kapot maakt en eerder schade aanricht dan tot een bevredigende oplossing leidt. Toch was de Last Post, die in juli 2011 in Ieper voor de gesneuvelde militairen van de Eerste Wereldoorlog geblazen werd, het startsignaal van mijn eerste grote project. Tussen 2014 en 2018 bezocht ik jaarlijks een keer of vier de Belgische en Franse gebieden waar, 100 jaar eerder, diverse bloedige veldslagen hebben plaatsgevonden.”
In het boek zie ik de ernst van de herdenking van de oorlog, maar ook het relativerende zowel in de gebeurtenissen als in het landschap. Cor schrijft in zijn voorwoord: “Waar tijdens de oorlog alles plat is gebombardeerd groeien nu bomen en struiken”. Het boek is documentair van aard en opgebouwd via hoofdstukken. ‘Verstoord landschap’ is er een van. Zelfs 100 jaar later draagt het landschap nog ‘sporen van schuld’, terwijl in het laatste hoofdstuk ‘de oorlog herdenken’ naast vlagvertoon ook het Belgische bier rijkelijk vloeit. Inmiddels werkt Cor aan een nieuw project ‘van Waddenzee naar Fisterra.
“Ik wil wandelen vanuit Nederland via Santiago de Compostela naar ‘het einde van de wereld’ Fisterra. Ik wil in contact komen met mensen die deze pelgrimstocht, de camino, lopen om te onderzoeken wat hun drijfveren zijn. Is het de religie, de oorspronkelijke reden, of zijn er andere waarom ze zo’n zware tocht ondernemen. Ik ben gewoon in Friesland begonnen onder het mom: ‘ik zie wel wat ik tegenkom’. Bij Zwolle moest ik de IJssel over, maar er ging geen pontje. De redder bleek een soort van Christoffel die mij in zijn eigen bootje de rivier overzette. Tijdens de tocht vertelde Jacob me over zijn leven en dat is dan weer een uitgangspunt voor een in mijn ogen bijzondere foto. Een andere foto is die van de non in de kerk met de onscherpe tralies op de voorgrond. Daarmee probeer ik de gesloten orde waartoe zij behoort te symboliseren.
Door de pandemie heb ik nog maar een paar keer een stuk in Nederland afgelegd. Ik kijk uit naar de periode dat we weer kunnen reizen om letterlijk verder te kunnen. Sinds mijn project over WO-I ben ik het langere project gaan waarderen. Tussentijds filosofeer je erover, praat je er met fotovrienden over en evolueert zo’n project. En als ik niet reis ben ik dichterbij huis op zoek naar opvallende situaties om vast te leggen.”